Leerkrachten, Taalacroniemen
Leerkrachten

Taalacroniemen

Taalacroniemen

De letterwoorden of afkortingen m.b.t. taalopleidingen vormen bijna een taal op zich. Hieronder vind je onze handleiding met de belangrijkste afkortingen die je kan tegenkomen:

Engels

De termen TEFL (Teaching English as a Foreign Language) en TESL (Teaching English as a Second Language) worden vaak dooreen gebruikt. Theoretisch gezien is het verschil het volgende: TEFL (of EFL) slaat terug op het aanleren van Engels in een niet-Engelssprekende gemeenschap. TESL (of ESL) daarentegen betekent het aanleren van Engels aan niet-Engelstaligen in een Engelssprekend land. Maar dat verschil is heel weinig merkbaar... EFL en ESL worden door elkaar gebruikt.

In Engeland gebruikt men vaak de termen TESOL of ESOL (English for Speakers of Other Languages). Ze duiden op het aanleren van Engels aan buitenlanders die zich in Engeland gevestigd hebben.

Vaak ontstaan er verwarringen. In Groot-Brittannië dekken de termen EFL of TEFL soms alles i.v.m. de Engelse studie. In Noord-Amerika gebruikt men dan weer vaker de termen ESL of TESL. Zo wordt ELT (English Language Teaching) soms ook voor hetzelfde doel gebruikt.

De populairste basisgetuigschriften voor leerkrachten Engels zijn CELTA (van Cambridge) en het Trinity CertTESOL (van Trinity College). In feite zijn ze evenwaardig, het enige verschil is dat ze door verschillende examencommissies uitgereikt worden.

CAE – Certificate in Advanced English (uitgegeven door Cambridge)
CEFR – Common European Framework of Reference for Languages
CELTA – Certificate in English Language Teaching to Adults (Cambridge ESOL getuigschrift)
CertTESOL – Certificate in Teaching English to Speakers of Other Languages (Trinity College getuigschrift)
CETYL – Certificate in English Language Teaching to Young Learners
CLIL - Content and Language Integrated Learning – het onderwijzen van andere vakken in een vreemde taal
CPE – Certificate of Proficiency in English (uitgegeven door Cambridge)
DELTA – Diploma in English Language Teaching to Adults (Cambridge ESOL getuigschrift)
DipTESOL – Diploma in Teaching English to Speakers of Other Languages (Trinity College getuigschrift)
EAP – English for Academic Purposes
EFL – English as a Foreign Language
ELT – English Language Training (Amerika) / Teaching (Engeland)
ESL – English as a Second Language / Ecole Suisse de Langues (dat zijn wij)
ESOL – English for Speakers of Other Languages
ESP – English for Special Purposes
FCE – First Certificate in English (uitgegeven door Cambridge)
IELTS – International English Language Testing System
TEFL – Teaching English as a Foreign Language
TESL – Teaching English as a Second Language (meestal voor immigranten/ langlopende cursussen)
TESOL – Teaching English to Speakers of Other Languages
TKT – Teaching Knowledge Test (Cambridge examen)
TOEFL – Test of English as a Foreign Language

Frans

Bij het aanleren van de Franse taal heb je een verschil tussen FLE (Français Langue Etrangère) en FLS (Français Langue Seconde). FLE staat voor het aanleren van Frans in een niet-Franstalige wereld, terwijl FLS het aanleren van Frans betekent aan niet-Franstaligen die in een Franstalig land wonen. FLE is de overkoepelende term, die de hele discipline omschrijft.

CLA - Classe d'accueil – een college Frans als tweede taal aan een Franse universiteit
CLIL - Content and Language Integrated Learning – het onderwijzen van andere vakken in een vreemde taal
CLIN - Classe d'intégration pour non-francophones – Integratieklas in Frankrijk voor niet-Franstaligen
FLE - Français langue étrangère – Frans als vreemde taal
FLS - Français langue seconde – Frans als tweede taal – voor het dagelijkse leven
FOS - Français sur objectifs spécifiques - Frans voor specifieke doeleinden (werk, studie, enz.)

Duits

DaF (Deutsch als Fremdsprache) wordt meestal gebruikt als het gaat om het aanleren van Duits aan buitenlanders. Soms spreekt men over DaZ (Deutsch als zweite Sprache), wat terugslaat op het aanleren van Duits aan niet-Duitstaligen die in een Duitstalig land leven.

DaF – Deutsch als Fremdsprache
DaZ – Deutsch als zweite Sprache
DSH - Deutsche Sprachprüfung für den Hochschulzugang – Duits examen aan de hogeschool

Spaans

ELE (Español como Lengua Extranjera) is de overkoepelende term, terwijl EL2 (Español como Lengua Segunda) gebruikt wordt als het gaat om het aanleren van Spaans aan niet-Spaanstaligen die in een Spaanstalig land leven.

EL2 – español como lengua segunda – Spaans als tweede taal
ELE - español como lengua extranjera – Spaans als vreemde taal
FIDESCU - Foundation for the research and development into the Spanish Culture

Italiaans

CEDILS - Certificazione in didattica dell'italiano a stranieri – Italiaans taalcertificaat
CEFILS - Certificazione per Facilitatori dell’Italiano Lingua Seconda – Italiaans taalcertificaat
CILS - Certificazione di Italiano come lingua straniera, (Certificaat van Italiaans als vreemde taal) - getuigschrift aangeboden door de Foreigners University of Siena
DITALS – Diploma in teaching Italian to foreigners – een postacademische Italiaanse opleidingscursus voor leerkrachten
FILIM – Formazione degli Insegnanti di Lingua Italiana nel Mondo
ITALS - Italiano a Stranieri

Internationale lijst

CEFR – Common European Framework of Reference for Languages
DOS – Director of Studies – de persoon die toezicht houdt op de programma’s van een taalschool
EUROLTA - European Certificate in Language Teaching to Adults
IH – International House – een vereniging die de leiding over taalscholen heeft
TT – Teacher Training
TYL – Teaching Young Learners
YL – Young Learners